woensdag 29 september 2010

Wat is de ambitie van kunst?

Een opblaasbare reddingsboot van hout, een romanvertaling van ruim 300 pagina’s waar geen enkele keer de klinker e in voorkomt, een boot van karton om mee naar Engeland te varen… Kunstwerken die de werkelijkheid uitdagen zijn als chocola met walnoten. Sommige mensen krijgen er energie of geen genoeg van, anderen reageren er direct allergisch op.



Kunst kent soms de vorm van een weddenschap met de werkelijkheid als inzet. De boten van Filip Jonker en de vertaling van ondergetekende lokken regelmatig de reactie uit: “Dat kan toch niet.” Op het moment dat die reactie optreedt, stuit de bezoeker of lezer op de bedding van zijn eigen denken. De maaksels zouden hooguit knap, kundig, misschien kunstig zijn, maar geen kunst. Waarom fascineren deze werken ons dan zo? Vanwege het vakmanschap, de schijnbaar heilloze weg, of ook om het resultaat, het uiteindelijke werk?

Kunst die uitdaagt treedt graag buiten de oevers. Grensoverschrijdende kunstwerken arceren zo de uiterwaarden en het achterland van ons denken. Gebaande denkpaden raken erdoor overspoeld. Voormalige dijken in ons denken die ons hielpen de werkelijkheid te duiden, te schiften, in te delen, te rubriceren, veranderen in drijfzand. Deze kunstwerken zijn erop uit onze overtuigingen te ontmantelen. De overtuiging bijvoorbeeld dat taal onbruikbaar zou zijn zonder e. Of de aanname dat een boot van karton niet varend het Kanaal zou kunnen oversteken.

Kunstenaars als Filip Jonker brengen schijnbaar onoverbrugbare grootheden bij elkaar: het materiaal “karton” versus de functie “zeewaardig varen”. Het valt ons niet gemakkelijk om elementen uit verschillende domeinen bijeen te brengen. Onze werkelijkheid zit vol met gestolde oplossingen die ooit geldigheid genoten, maar nu niet langer per se waar hoeven te zijn. Wij zitten in beddingen vol vaste betekenissen vast. De drijfveer van kunst is om ons automatisch denken zichtbaar te maken, om de heersende conventies te kraken. Het wil regels en realiteit uiteenrijten, regels en realiteit die in de alledaagse werkelijkheid veelal samenvallen. De kunstenaar wil deze alledaagse werkelijkheid afpellen.

Eenmaal uit de greep van het denken, lokt deze kunst compassie uit. Compassie voor de maker en de kijker die op zichzelf teruggeworpen zijn. Compassie voor het zoeken en hervinden van richting en mogelijkheden. Compassie voor de persoon wiens landschap inmiddels blijvend is aangepast, doordat diens blik op de werkelijkheid fundamenteel veranderd is. Want de bril waarmee we kijken zit soms zo dicht tegen de neus geplakt en al zo lang, dat we het montuur en de glazen zelf niet meer zien.

De ambitie van kunst die de werkelijkheid uitdaagt, is om kijkers, lezers, bezoekers te laten voelen dat zij de werkelijkheid soms verwarren met de bril waarmee zij kijken. Dat zij ongeschreven regels duiden als realiteit. Regels die mensen met elkaar – collectief, als oude overtuiging of als goedbedoeld richtsnoer – hebben afgesproken. De functie en de ambitie van deze kunst is om die collectieve bedding – vol tralies, vooroordelen en zelfgestichte contreien – zichtbaar te maken.

Kunst wil blootleggen hoe wij ons speelveld gewoonlijk definiëren en accepteert vervolgens deze definitie niet. Wie breekt met de regels, krijgt het speelveld pas in beeld. Dit soort uitdaagkunst probeert het speelveld te herdefiniëren. Niet om het andere speelveld als nieuwe ethische, moralistische of politieke werkelijkheid te omarmen, maar om een ander perspectief op de werkelijkheid te tonen.
Om zichtbaar te maken wat in potentie ook mogelijk is.

Gepubliceerd in: boek Kunstenfestival “Grenswerk”


(c) Guido van de Wiel

What is the Ambition of Art?

An inflatable lifeboat made of wood, the translation of a novel of about 300 pages without the vowel e, a cardboard boat to sail to England… Works of art challenging reality are like chocolate with walnuts. Some people get energy from it or cannot get enough. Others experience an immediate allergic reaction.





Sometimes art is like a bet in which reality is at stake. The boats of Filip Jonker and the translation of the undersigned regularly elicit the following reaction: “That cannot be”. The moment this reaction occurs, the visitor or reader is faced with his own bedded way of thinking. At the most the makings are really clever, skilful or even ingenious, but certainly not art. Why then do such works fascinate us so much? Because of the expertise, the apparently sinful road or also because of the result, the final work?

Provoking art often overflows its limits. Boundless pieces of art shade the foreland and the backland of our way of thinking. Traditional thinking paths are flooded. Fixed dikes in our thinking which used to help us explain, sort out and rubricate realities, turn into quicksand. Such pieces of art aim at dismantling our convictions. For instance the conviction that language without using the vowel e would be impossible. Or the assumption that a cardboard boat could never cross the Channel.

Artists like Filip Jonker bring apparently unbridgeable quantities together: the material “cardboard” versus the function “seaworthy sailing”. It is not easy for us to bring together elements from different domains. Our reality is full of fixed solutions, which used to be valid but no longer have to be true. We are fixed in beddings with fixed meanings. The motive behind art is to make our automatic way of thinking visible, to break down current conventions. It wishes to break up rules and reality. Rules and reality which in day to day reality often coincide. The artist wishes to break down this day to day reality.

Once removed from the embrace of thinking, this art entices compassion. Compassion for the maker and the viewer. Compassion for searching and regaining direction and possibilities. Compassion for the person whose landscape has been changed irrevocably because his view on reality has been changed fundamentally. Because the glasses have been fixed so close and for such a long time to our nose that we don’t see the frame and the glasses themselves anymore. The ambition of art provoking reality is to make viewers, readers and visitors realize that they sometimes confuse reality with the glasses through which they look. That they consider unwritten rules reality. Rules which people together established as old conviction or well meant guideline. The function and ambition of this kind of art is to make this collective bedding, full of bars, prejudice and self-established areas visible.

Art wishes to expose how we usually define our playing field and after that doesn’t accept this definition. Only he who breaks the rules knows the playing field. This type of provocative art tries to redefine the playing field. Not to embrace the other playing field as the new ethical, moralistic or political reality but to show a different perspective on reality.
To make visible what in potential would also be possible.


Published in: book Festival of Arts “Grenswerk”


(c) Guido van de Wiel

maandag 20 september 2010

Cover It Live - LiveBlogging Tool




(c) Guido van de Wiel

donderdag 26 augustus 2010

Escher in LEGO

Soms word je geraakt. Bijvoorbeeld doordat twee werelden die je beiden bekend zijn, op een onverwachte manier gecombineerd worden. Dat gebeurde mij toen ik de projecten van Andrew Lipson bekeek. LEGO en Escher. Beide werelden ben ik bekend mee. Nog nooit gecombineerd gezien. De ontlading die ontstaat door deze twee werelden te combineren, geeft een lekker gevoel, een bliksem in mijn borstkas. De laatste keer dat ik zo'n bliksem in mijn borstkas voelde, was toen ik dit bekeek:




En zie ook zijn website voor nog meer Escher-projecten in LEGO met uitleg van zijn kant er bij:
Escher's balcony
Escher's Belvedere
Escher's Ascending and Descending
Escher's Relativity
Escher's Waterfall


(c) Guido van de Wiel

woensdag 21 juli 2010

Nieuwste teamdiagnosetool Sociomapping tegen het licht gehouden

Ongezonde teamdynamische patronen kosten organisaties handenvol geld. Sluimerende conflicten, hokjesdenken, slechte communicatie, scheef gegroeide verhoudingen: ze zorgen jaarlijks voor een grote omzet aan communicatietrainingen en teambuildingsprogramma’s. Maar hoe weten managers nu wat het team werkelijk nodig heeft om effectiever te presteren? Kan een nieuwe tool uitkomst bieden?

De meeste HR-professionals hechten aan een gedegen teamdiagnose, voordat ze daadwerkelijk interventies gaan plegen. Maar op welke manier kan deze teamdiagnose zo betrouwbaar mogelijk plaatsvinden? Momenteel vindt diagnose voornamelijk plaats door middel van intakegesprekken, de inzet van een 360 graden feedbackinstrument of persoonlijkheidsprofieltesten zoals MBTI of Managementdrives. Sinds 2010 kan er een nieuwe teamdiagnosetool aan toegevoegd worden: Sociomapping.

Wat is Sociomapping?
Sociomapping is een teamdiagnosetool waarmee op snelle en eenvoudige wijze complexe teamdynamiek letterlijk in kaart wordt gebracht. Geavanceerde software zet de ingevulde vragenlijsten van alle deelnemers om in een driedimensionaal teamlandschap. Zo wordt de effectiviteit in de huidige situatie en de gewenste situatie in beeld gebracht. Dit levert vrijwel altijd twee verschillende landschappen op, gebaseerd op de behoeften van alle teamleden. Sociomapping is in te zetten op thema’s als samenwerking, communicatie en besluitvorming.


Sociomapping is ontwikkeld in samenwerking met de Europese ruimtevaartorganisatie (ESA) om duidelijk inzicht te krijgen in de onderlinge verhoudingen binnen kosmonautenteams. Men wilde een valide methode hebben om ook op grote afstand de dynamiek in teams te kunnen bestuderen. Zodoende kon men de juiste interventies loslaten. Sindsdien wordt de methode ook toegepast in het Tsjechische leger. Het Tsjechische bedrijf QED Group heeft Sociomapping doorontwikkeld als teamdiagnosetool. Deze, inmiddels internationaal toegepaste, methode is sinds 2010 ook in Nederland op de markt. Meer info? www.outingholland.nl/sociomapping

Voor- en nadelen van deze oplossingen voor organisaties
Door interviews of een intakegesprek te houden, kunnen veel feiten naar voren komen, maar bestaat het gevaar dat er veel interpretatie, eigen oplossingsdenken en denken voor anderen insluipt: hoe te filteren en hoe te integreren tot één gezamenlijk beeld?
Bij 360 graden feedback – de naam zegt het al – staat een persoon centraal en niet het team of de effectiviteit daarvan. De feedback gaat vaak over gedragingen van een persoon en niet over de interacties die in meer of mindere mate nodig zijn om het team te ontwikkelen. De kracht van persoonlijkheidsmodellen zoals Belbin of MBTI is natuurlijk dat er gevalideerde – ofschoon tijdrovende – testen bestaan, waarmee op teamniveau gekeken kan worden of er een voldoende gevarieerde mix aan teamrollen in huis is. Maar ook hier geldt dat de insteek van een dergelijke test typisch is: het beoordelen van iemands eigen of juist andermans rol. En zo blijft juist de interactie tussen teamleden buiten beeld.
De zelfperceptie bij Sociomapping is niet alleen: hoe zie ik mezelf en hoe zie ik de ander, maar met name: hoe zie ik de relaties met elk ander, afgezet tegen de teameffectiviteit? Doordat iedereen de test invult, ontstaat er een gezamenlijke röntgenfoto van het team, die de onderlinge verhoudingen m.b.t. de effectiviteit in het team zichtbaar maakt.

Sociomapping in de praktijk
‘Ik dacht: we moeten vast allemaal veel meer communiceren, maar de antwoorden via Sociomapping waren veel fijnmaziger”. Aan het woord is Thirza Geurts van RIBW Gooi- en Vechtstreek. ‘Voor mijzelf bleek bijvoorbeeld dat ik meer met de slaapdiensten moest communiceren en juist duidelijker moest communiceren naar een aantal begeleiders toe,’ vervolgt Geurts. Op basis van deze resultaten overweegt het RIBW momenteel welke vervolginterventies zij in willen zetten om het team verder te brengen. ‘Sinds de training spreken de teamleden elkaar meer aan op gedrag. Daar hebben we naar aanleiding van de terugkoppeling goede onderlinge afspraken over gemaakt,’ aldus Geurts.

Conclusies en aanbevelingen
Sociomapping richt zich op het team als geheel en brengt de onderlinge relaties en behoeften duidelijk in beeld. Het maakt daarbij gebruik van de gegevens die deelnemers zelf hebben ingevuld en het kent een constructieve focus op versterking van alle onderlinge sociale verhoudingen. Dit gebeurt via kaarten waarop al deze teamrelaties zichtbaar worden. Dit kan verhelderend werken voor zowel teamlid als facilitator, maar kan ook confronterend zijn.
Daarnaast blijft het de kunst om de Sociomapping kaarten gezamenlijk met de deelnemers de juiste betekenis te geven. Voor teamdiagnose zijn de Sociomapping kaarten geen eindpunt, maar vormen ze een gevalideerd, zuiver beginpunt vanaf waar een teamgesprek, een aantal gerichte één-op-één-gesprekken en eventuele vervolginterventies kunnen plaatsvinden.

Ook gepubliceerd bij Management Platform. Zie hier

(c) Guido van de Wiel

woensdag 23 juni 2010

Let's Do It Yourself... Together

Working 2.0 facilitated non-location-based working. By now, that has already been superseded for the most part. The latest trend: working location-based temporarily at any time.

There was a time where people traveled to their office, company or institute because that was where they worked. It is a legacy of the Industrial Revolution, where the actual work had to be done in, at and around the factory. We still tend to get stuck thinking in 1.0-para­digms: we are programmed to work fixed hours (nine to five) and because of that we still deal with morning and evening rush on a regular basis.
Working 2.0 brought comfort to a knowledge-intensive society: it offered the chance to work everywhere, time as well as location-based. Especially at home. We realized a company was not a factory anymore.
We figured that knowledge could also be dis­tributed from the home. For companies this meant a substantial increase in efficiency.
Non-location-based working is already past its prime, though. The latest trend is working location-based temporarily at different points in time. We no longer need to work at desig­nated spots, let alone business parks, but we can be hip and cool and work at any fancy spot at any given time. Thanks to modern technology, we can improvise meetings any­where. This trend allows us to physically meet in different setups and make-ups and actively shape these temporary meetings.
Working 2.0 facilitated location-based working(2nd column. The current rise of mobile Internet enables a new way of meeting.
The fact that people have more and more ways to find out which members from their network are where, online as well as in real-time, allows for a much more casual way of meeting physically.

Buzzing

Programs like Foursquare show users an overview of people in their network that are physically close, in order for collaborations to be struck up at that particular place at that particular time. Unlike at the office, however, these temporary physical collaborations can occur in the pub one evening, during the day at a beach bar, in the morning at the docks or at a sports event late at night. Because ever more information is being exchanged on everyone’s whereabouts, events can spring from buzzing and personal drive without any prior planning.
Whenever someone notices several people with a common interest are close by, they can try and set up a meeting or expand the group. There is no need for a single leader or coordinator, for the power of initiative can be combined. This way, human swarms are cre­ated that can become groups, events, fairs, barters, get-togethers or gatherings in which people answer questions or solve issues, exchange ideas, plan things or just casually meet because of a shared interest. To this end, Groundcrew software could be used for example.

Only a couple of years ago, "Where are you?" was the one sentence that was heard at the start of every mobile phone conversation. The question was often posed as a problem. Everyone felt the same: "We cannot start without you here". The latest trend sees "Where are you?" being rapidly replaced with the more constructive message: "We are here, and I see you are close. Will you join us?" Fresh collaborations arise spontaneously,
but are always based on visible opportunities: "I have quality X and person Y right here. That presents us with an opportunity, because it means I can achieve this and this for project Z."


Click to enlarge



Constructive
The next trend shows that not only is it worth being able to pinpoint everyone who is near (which has a slight Big-Brother feel to it, I must admit, but that knowing someone's exact position becomes more rewarding as users share more about themselves: their status, their profile, their background.
By using applications that inform users of who is available, who is fully booked, who has time to see friends, and who is available at a specific time slot for a specific area of interest, meetings and real-time events canbe started up more easily and will be more reliable. The term "hotspot" will become cur­rent again. It helps knowing people's fields of interests and expertise. Today we tag our pictures, websites and music with titles such as Ski Trip, My Favorites or 80s Rock, but in the future we will be tagging ourselves more still. Increasingly, people and employees will be walking around as tagged beings. My tags would read: writing coach, futurist, father, first-aider, pianist, but also Prince enthusiast,
Keane enthusiast, loves movie As it is in Heaven, enjoys spareribs.
Future meetings can start discussing com­mon interests right away, and walking into
a post office everyone will soon receive of­fers streamed to their mobile phones for live concerts selected specifically for them after scanning their tags and personal profile.
Information on where to find the best spare ribs in Deventer will find me: I will not have to go and look for it.

Points of interest regarding this trend
• More and more locations will anticipate this trend. They will create virtual message boards to show who is near. They will strive to be your and your colleagues, temporary work­space 3.0 as often as possible. Atmosphere, experience and accessibility will become ever more important assets.
• Application and software builders need to realize that the need for temporary localiza­tion is increasing. Sites need to be accessible for mobile devices. Free services will take over paid ones.
• In the near future, managing work will be based on "invite information" rather than inside information, and go from "prior localization" to "localization on the spot". Increasingly, tactical and strategic assessments will be done(partly based on the question: "Who is available right now and what can we gain from that?"
Semi-public localization combined with ex­tensive profile information and status reports make for a high degree of freedom regarding our connections. Technology can thus help us to shape our freedom as well as our connec­tions. Behold the future of our interconnected world.

Guido J.L. van de Wiel
Innovations and Organizational Consultant
www.wheelproductions.nl

Published in trendwatchersmagazine Second Sight 07/2010

(c) Guido van de Wiel

maandag 7 juni 2010

Peiling 2.0: de zwevende kiezer gepinpoint

Wat zeggen de huidige peilingen van Synovate of Maurice de Hond nu precies? Een partij stijgt in de peilingen of een partij zakt in de peilingen. That's it. Door twee simpele toevoegingen komt er veel meer informatie vrij die veel eerdere en veel betere voorspellingen mogelijk maken.

Toevoeging 1: zwevende en klevende kiezers
Zou het niet waardevol zijn om in de enquete niet alleen de vraag op te nemen op wie iemand zou stemmen, maar ook hoe zwevend of klevend zijn stem is. Hoe zeker het is dat diegene op die partij zal stemmen. De verhouding zwevende en klevende kiezers komt zo aan het licht. In de peiling 2.0 komt niet alleen een zetelverdeling voor, maar wordt ook per partij de verhouding klevend-zwevend genoemd. Neem de zetels van de VVD. Het is een wereld van verschil om 36 zetels in een verhouding klevend-zwevend te hebben van 60-40 dan in een verhouding 30-70. En het zegt meer als in de peiling blijkt dat de PVVD bijvoorbeeld 2 zetels staat maar in een verhouding 80-20, dus met 80% klevende kiezers. Daarmee krijg je in beeld wat de trouwe aanhang is en waar nog grote verschuivingen kunnen optreden.



Toevoeging 2: zwevende en zwiepende kiezers
Dan is er nog de toegevoegde vraag: "Zijn er nog andere partijen waarop u denkt te stemmen. Welke zijn dat?" Op die manier kunnen de zwevende kiezers in clusters geplaatst worden . Een stem voor GroenLinks of PvdA is in ieder geval een stem voor links. Een stem voor VVD of PVV zijn hoe dan ook rechts. Een zwevende kiezer die zowel op SP als PVV kan stemmen, noemen we vanaf nu de zwiepende kiezer. Door het percentage zwiepende kiezers in beeld te krijgen, zijn mogelijke verrassingen op het politieke speelveld beter in beeld te brengen.

Peiling 2.0: zetels en zweefgegevens
Door de verhouding klevend-zwevend en zwevend-zwiepend te kennen, kunnen partijen beter hun potentieel bepalen, krijgen kiezers meer inzicht in hun omgeving, kunnen analisten via clusters betere voorspellingen doen en zijn politieke aardverschuivingen beter te voorspellen en de kans daarop nauwkeurig vast te stellen. Ook kan in een veel vroeger stadium de trend van zetelafbraak of zetelopbouw vast worden gesteld. Stel dat PVV stemmen verliest en gaat afkalven. Dan zal waarschijnlijk eerst het aantal klevende kiezers zwevend worden en pas in een volgende fase zal het aantal zetels ook daadwerkelijk minder worden. Doordat ze pas later in het proces ook daadwerkelijk op een andere partij gaan kiezen. Maar eerst zijn de zwevend geworden. Waardevol voor partijen, analisten en kiezers.
Deze zweefgegevens kunnen voor wie dat wil als politieke TomTom fungeren.

Welk onderzoeksbureau pakt de handschoen op?


(c) Guido van de Wiel